<- Kabbalah bibliotheek
Verder lezen ->
Kabbalah bibliotheek Home / Rabash / Artikelen / Maak voor jezelf een Rav en koop voor jezelf een vriend - 1

Maak voor jezelf een Rav en koop voor jezelf een vriend - 1

Artikel nr. 1, 1985

In de Mishnah (Avot 1) zegt Rav Yehoshua ben Perachia: „Maak voor jezelf een Rav, koop voor jezelf een vriend en beoordeel ieder mens gunstig.” We zien dat hier drie zaken worden genoemd: 1) maak voor jezelf een Rav; 2) koop voor jezelf een vriend; 3) beoordeel ieder mens gunstig.

Dit betekent dat iemand, behalve dat hij voor zichzelf een Rav moet maken, nog iets moet doen ten opzichte van het algemene publiek. Met andere woorden, zich bezighouden met liefde voor vrienden is niet voldoende. Daarnaast moet hij rekening houden met ieder mens en iedereen gunstig beoordelen.

We moeten het verschil in formulering begrijpen tussen „maak”, „koop” en „gunstig”. Maken is iets praktisch. Dit betekent dat hierbij geen verstand betrokken is, maar alleen een handeling. Met andere woorden, zelfs wanneer iemand het niet eens is met wat hij wil doen en zijn verstand hem juist laat zien dat het geen zinvolle handeling is, wordt dit „doen” genoemd: handelen met louter kracht, zonder verstand, omdat het tegen zijn rede ingaat.

Dienovereenkomstig moeten we met betrekking tot het werk interpreteren dat het op zich nemen van het koninkrijk der hemelen „een handeling” wordt genoemd. Het is als het opleggen van een juk aan een os, zodat hij de grond zal ploegen. Hoewel de os dit werk niet op zich wil nemen, dwingen we hem er toch toe.

Zo moeten ook wij onszelf dwingen en onderwerpen met betrekking tot het koninkrijk der hemelen, omdat dit het gebod van de Schepper is, zonder enig argument of verstand. De mens moet het koninkrijk der hemelen namelijk niet aanvaarden omdat het lichaam voelt dat het daar enig voordeel van zal hebben, maar om de Schepper tevredenheid te schenken.

Maar hoe kan het lichaam daarmee instemmen? Daarom moet het werk boven de rede zijn. Dit wordt genoemd: „Maak voor jezelf een Rav”, want het koninkrijk der hemelen moet er zijn omdat „Hij groot is en heerst”.

In De Zohar staat geschreven („Inleiding tot Het Boek van de Zohar”): „Vrees is het belangrijkste: dat de mens de Hogere vreest, omdat Hij groot is en heerst, de essentie en de wortel van alle werelden, en alles vergeleken met Hem als niets wordt beschouwd.” Daarom moet men de Schepper vrezen omdat Hij groot is en over alles heerst. Hij is groot omdat Hij de wortel is waaruit alle werelden zich uitbreiden, en Zijn grootheid wordt gezien aan Zijn daden. Hij heerst over alles omdat alle werelden die Hij heeft geschapen, zowel de hogere als de lagere, vergeleken met Hem als niets worden beschouwd, want zij voegen niets toe aan Zijn essentie.

Daarom is de volgorde van het werk dat iemand begint met „Maak voor jezelf een Rav” en het juk van het koninkrijk der hemelen op zich neemt boven het verstand en boven de rede. Dit wordt „doen” genoemd: alleen een handeling, ondanks het verzet van het lichaam. Daarna komt: „Koop voor jezelf een vriend.” Kopen is zoals wanneer iemand iets wil kopen: hij moet iets opgeven wat hij al heeft verworven. Hij geeft iets wat hij al langere tijd bezit en koopt daarvoor in de plaats een nieuw voorwerp.

Zo is het ook in het werk van God. Om Dvekut [hechting] met de Schepper te bereiken, wat gelijkvormigheid van vorm is, zoals in: „Zoals Hij barmhartig is, zo ben jij barmhartig”, moet iemand veel van wat hij bezit opgeven om de verbinding met de Schepper te kopen. Dit is de betekenis van „Koop voor jezelf een vriend”.

Voordat iemand voor zichzelf een Rav heeft gemaakt, wat het koninkrijk der hemelen betekent, hoe kan hij dan voor zichzelf een vriend kopen, wat betekent dat hij zich met de Rav verbindt? Hij heeft immers nog geen Rav. Pas nadat hij voor zichzelf een Rav heeft gemaakt, kan van het lichaam worden geëist dat het concessies doet om die verbinding te kopen, omdat hij de Schepper tevredenheid wil schenken.

Bovendien moeten we begrijpen dat hij de kracht heeft om „Koop voor jezelf een vriend” na te leven in dezelfde mate als waarin hij de grootheid van de Rav voelt. Hij is namelijk bereid concessies te doen om zich met de Rav te verbinden, precies in de mate waarin hij het belang van de Rav voelt, want dan begrijpt hij dat het bereiken van Dvekut met de Schepper elke inspanning waard is.

Hieruit volgt dat wanneer iemand ziet dat hij het lichaam niet kan overwinnen omdat hij denkt dat hij niet sterk genoeg is en met een zwakke natuur is geboren, dit niet de werkelijke reden is. De reden is dat hij de grootheid van de Rav niet voelt. Met andere woorden, hij heeft nog niet het belang van het koninkrijk der hemelen, en daarom heeft hij geen kracht om te overwinnen voor iets wat niet zo belangrijk is. Maar voor iets belangrijks kan iedereen belangrijke dingen waarvan hij houdt opgeven en verkrijgen wat hij nodig heeft.

Als iemand bijvoorbeeld erg moe is en rond elf uur ’s avonds gaat slapen, en hij wordt om drie uur ’s nachts wakker gemaakt, zal hij natuurlijk zeggen dat hij geen kracht heeft om op te staan om te studeren, omdat hij erg moe is. En als hij zich wat zwak voelt of lichte koorts heeft, zal het lichaam zeker geen kracht hebben om op te staan op het tijdstip waarop hij gewoonlijk opstaat.

Maar als iemand erg moe en ziek is en om middernacht gaat slapen, en hij wordt om één uur ’s nachts wakker gemaakt en men zegt tegen hem: „Er is brand op het erf en het vuur staat op het punt je kamer binnen te dringen. Sta snel op, dan red je je leven door de inspanning die je levert”, zal hij geen uitvluchten zoeken omdat hij moe, verward of ziek is. Zelfs wanneer hij ernstig ziek is, zal hij alles in het werk stellen om zijn leven te redden. Omdat hij iets belangrijks zal verkrijgen, heeft het lichaam kennelijk de energie om alles te doen wat het kan om te krijgen wat hij wil.

Daarom gelooft iemand tijdens het werk aan „Maak voor jezelf een Rav” dat dit geldt als: „Want zij zijn ons leven en de lengte van onze dagen.” In de mate waarin hij voelt dat dit zijn leven is, heeft het lichaam voldoende kracht om alle hindernissen te overwinnen, zoals in de gelijkenis is beschreven. Daarom moet de mens in al zijn werk, bij het studeren of bidden, al zijn inspanning richten op het verkrijgen van de grootheid en het belang van de Rav. Alleen hiervoor zijn veel werk en veel gebeden nodig.

In de woorden van De Zohar wordt dit genoemd: „de Shechina uit het stof verheffen”. Dit betekent het koninkrijk der hemelen verheffen, dat tot in het stof is neergedaald. Men legt immers iets belangrijks niet op de grond, terwijl iets onbelangrijks op de grond wordt geworpen. Omdat het koninkrijk der hemelen, dat Shechina wordt genoemd, „tot het allerlaagste is neergedaald”, staat er in de boeken dat men vóór iedere spirituele handeling moet bidden om „de Shechina uit het stof te verheffen”. Dit betekent dat wij moeten bidden dat we het koninkrijk der hemelen als belangrijk zullen beschouwen, dat het de moeite waard zal zijn ons ervoor in te spannen en het tot zijn werkelijke belang te verheffen.

Nu kunnen we begrijpen wat we in het gebed van Rosh Hashanah [Joods Nieuwjaar] zeggen: „Schenk de glorie van God aan Uw volk.” Dit lijkt nogal verwonderlijk. Hoe is het toegestaan om om eer te bidden? Onze wijzen zeiden: „Wees zeer, zeer nederig.” Hoe kunnen we dan bidden dat de Schepper ons glorie schenkt?

We moeten dit zo interpreteren: wij bidden dat de Schepper de glorie van God aan Uw volk zal schenken, aangezien wij de glorie van God niet bezitten, maar „de stad van God tot het allerlaagste is vernederd”, wat „de Shechina in het stof” wordt genoemd. Ook ontbreekt het ons aan het werkelijke belang van „Maak voor jezelf een Rav”. Daarom vragen we op Rosh Hashanah, wanneer we het koninkrijk der hemelen op ons nemen, aan de Schepper om de glorie van God aan Uw volk te schenken, zodat het volk Israël de glorie van de Schepper zal voelen. Dan zullen we de Torah en de Mitzvot volledig kunnen naleven.

Daarom moeten we zeggen: „Schenk de glorie van God aan Uw volk”, wat betekent dat Hij de glorie van God aan het volk Israël zal schenken. Het betekent niet dat Hij de glorie van Israël aan het volk Israël zal schenken, maar dat de Schepper de glorie van God aan het volk Israël zal geven. Dit is alles wat wij nodig hebben: het belang en de grootheid van Dvekut met de Schepper voelen. Wanneer we dit belang bezitten, zal ieder mens zich kunnen inspannen. Niemand ter wereld zal zeggen dat hij geen kracht heeft om zijn leven te redden en daarom dood wil blijven, wanneer hij voelt dat het leven zeer belangrijk is, omdat hij van het leven kan genieten.

Maar wanneer iemand niet voelt dat het leven betekenis heeft, kiezen veel mensen ervoor om te sterven. Geen mens kan het lijden in zijn leven verdragen, omdat dit tegengesteld is aan het doel van de schepping. Het doel van de schepping is immers Zijn schepselen goed te doen, wat betekent dat zij van het leven zullen genieten. Wanneer iemand daarom ziet dat hij nu, of ten minste later, niet gelukkig kan zijn, pleegt hij zelfmoord, omdat hij geen doel in het leven heeft.

Hieruit volgt dat het enige wat ons ontbreekt „Maak voor jezelf een Rav” is: de grootheid van de Schepper voelen. Dan zal iedereen het doel kunnen bereiken, namelijk zich aan Hem hechten.

Ook moeten we de woorden van Rav Yehoshua ben Perachia, die drie zaken noemt, interpreteren met betrekking tot liefde voor vrienden: 1) maak voor jezelf een Rav; 2) koop voor jezelf een vriend; 3) beoordeel ieder mens gunstig.

Het zou logisch zijn te denken dat vriendschap betrekking heeft op twee mensen met gelijke vaardigheden en eigenschappen, omdat zij dan gemakkelijk met elkaar kunnen communiceren en zich als één verbinden. Dan geldt: „En ieder hielp zijn vriend”, zoals twee mensen die een partnerschap aangaan en ieder evenveel energie, middelen en werk investeren. Ook de winst wordt dan gelijkelijk tussen hen verdeeld.

Wanneer de één echter boven de ander staat, omdat hij meer geld, meer deskundigheid of meer energie investeert dan de ander, is ook de verdeling van de winst ongelijk. Dit wordt een partnerschap van een derde of een partnerschap van een kwart genoemd. Het wordt dus niet als een werkelijk partnerschap beschouwd, omdat de één een hogere status heeft dan de ander.

Hieruit volgt dat echte vriendschap, waarbij ieder de vereiste prijs betaalt om zijn vriend te kopen, juist bestaat wanneer beiden van gelijke status zijn. Dan betalen beiden evenveel. Het is als een lichamelijke onderneming waarin beiden alles in gelijke mate geven; anders kan er geen werkelijk partnerschap bestaan. Daarom staat er: „Koop voor jezelf een vriend”, want een verbinding waarin ieder zijn vriend koopt, kan alleen bestaan wanneer zij gelijk zijn.

Aan de andere kant is het onmogelijk van elkaar te leren wanneer iemand niet ziet dat zijn vriend groter is dan hijzelf. Maar als de ander groter is, kan hij niet zijn vriend zijn, maar zijn Rav, terwijl hijzelf als leerling wordt beschouwd. Dan kan hij kennis of goede eigenschappen van hem leren.

Daarom wordt gezegd: „Maak voor jezelf een Rav en koop voor jezelf een vriend”; beide moeten aanwezig zijn. Met andere woorden, ieder moet de ander als vriend beschouwen, en dan is er ruimte voor kopen. Dit betekent dat ieder met concessies aan de ander moet betalen, zoals een vader zijn rust opgeeft, voor zijn zoon werkt en geld aan zijn zoon besteedt, en dit alles uit liefde.

Daar gaat het echter om natuurlijke liefde. De Schepper heeft natuurlijke liefde gegeven voor het grootbrengen van kinderen, zodat de wereld zal voortbestaan. Wanneer een vader zijn kinderen bijvoorbeeld alleen zou grootbrengen omdat het een Mitzva is, zouden zijn kinderen voedsel, kleding en andere noodzakelijke zaken ontvangen in dezelfde mate waarin iemand zich verplicht voelt alle Mitzvot na te leven. Soms zou hij de Mitzvot naleven en soms alleen het absolute minimum doen, en zijn kinderen zouden van honger kunnen sterven.

Daarom heeft de Schepper ouders natuurlijke liefde voor hun kinderen gegeven, zodat de wereld zal voortbestaan. Dit geldt niet voor liefde voor vrienden. Daar moet ieder zelf grote inspanningen verrichten om liefde voor vrienden in zijn hart te scheppen.

Hetzelfde geldt voor „Koop voor jezelf een vriend”. Zodra iemand ten minste verstandelijk begrijpt dat hij hulp nodig heeft en het werk van heiligheid niet alleen kan verrichten, begint hij, in de mate waarin hij dit met zijn verstand begrijpt, te kopen: concessies te doen ter wille van zijn vriend.

Dit is zo omdat hij begrijpt dat het werk hoofdzakelijk bestaat uit schenken aan de Schepper. Dit is echter tegengesteld aan zijn natuur, want de mens wordt geboren met een verlangen om uitsluitend voor zijn eigen voordeel te ontvangen. Daarom is ons het geneesmiddel gegeven waarmee we van eigenliefde naar liefde voor anderen kunnen komen, en daardoor kan hij tot liefde voor de Schepper komen.

Daarom kan hij een vriend op zijn eigen niveau vinden. Maar vervolgens moet hij van de vriend een Rav maken, wat betekent dat hij moet voelen dat zijn vriend zich op een hogere graad bevindt. Dit kan iemand niet met zijn ogen zien: dat zijn vriend als een Rav is en hijzelf als een leerling. Maar als hij zijn vriend niet als een Rav beschouwt, hoe zal hij dan van hem leren? Dit wordt „maak” genoemd: een handeling zonder verstand. Met andere woorden, hij moet boven de rede aanvaarden dat zijn vriend groter is. Dit wordt „maak” genoemd: handelen boven de rede.

In het artikel „Een toespraak ter gelegenheid van de voltooiing van De Zohar” staat geschreven: „Om de eerste voorwaarde te ontvangen, moet iedere leerling zich de kleinste onder alle vrienden voelen. In die toestand kan men de waardering van de verhevenheid van de grote ontvangen.” Hier staat dus uitdrukkelijk dat ieder zichzelf als de kleinste onder de leerlingen moet zien.

Maar hoe kan iemand zichzelf als de kleinste onder de leerlingen zien? Hier is alleen boven de rede van toepassing. Dit wordt „Maak voor jezelf een Rav” genoemd, wat betekent dat ieder van hen ten opzichte van hem als een Rav wordt beschouwd, terwijl hijzelf slechts als leerling wordt beschouwd.

Dit vergt een grote inspanning, want er is een regel dat de tekortkomingen van de ander altijd zichtbaar zijn, terwijl de eigen tekortkomingen altijd verborgen blijven. Toch moet hij de ander als deugdzaam beschouwen en zien dat het voor hem de moeite waard is te aanvaarden wat de ander zegt of doet, zodat hij van diens handelingen kan leren.

Maar het lichaam stemt daar niet mee in. Telkens wanneer iemand van een ander moet leren, wat betekent dat hij de ander hoogacht, verplicht de ander hem tot inspanning, en het lichaam maakt de opvattingen en handelingen van de ander ongeldig. Omdat het lichaam wil rusten, is het voor het lichaam beter en gemakkelijker de opvattingen en handelingen van zijn vriend af te wijzen, zodat hij zich niet hoeft in te spannen.

Daarom wordt dit „Maak voor jezelf een Rav” genoemd. Dit betekent dat je de vriend zelf tot jouw Rav moet maken. Met andere woorden, dit gebeurt niet volgens de rede, want de rede beweert het tegenovergestelde en laat hem soms zelfs zien dat hijzelf de Rav kan zijn en de ander zijn leerling. Daarom wordt het „maak” genoemd: doen en niet redeneren.

3) „En beoordeel ieder mens gunstig.”

Nadat we hebben gezegd: „Koop voor jezelf een vriend”, blijft de vraag: „Hoe zit het met de overige mensen?” Wanneer iemand bijvoorbeeld enkele vrienden uit zijn gemeenschap kiest, de anderen terzijde laat en zich niet met hen verbindt, is de vraag: „Hoe moet hij hen behandelen?” Zij zijn immers niet zijn vrienden. Waarom heeft hij hen niet gekozen? We moeten kennelijk zeggen dat hij in hen geen goede eigenschappen heeft gevonden waardoor het voor hem de moeite waard zou zijn zich met hen te verbinden; hij waardeert hen dus niet.

Hoe moet hij dan de overige mensen in zijn gemeenschap behandelen? En hetzelfde geldt voor de overige mensen die niet tot de gemeenschap behoren. Hoe moet hij hen behandelen? Rav Yehoshua ben Perachia zegt hierover: „Beoordeel ieder mens gunstig”, wat betekent dat men iedereen gunstig moet beoordelen.

Dit betekent dat het niet hun schuld is dat hij geen verdiensten in hen ziet. Het ligt veeleer niet in zijn vermogen om de verdiensten van het algemene publiek te zien. Daarom ziet hij hen overeenkomstig de eigenschappen van zijn eigen ziel. Dit is waar volgens zijn verworvenheid, maar niet volgens de waarheid. Met andere woorden, er bestaat een waarheid op zichzelf, onafhankelijk van degene die haar bereikt.

Er is een waarheid die ieder overeenkomstig zijn eigen verworvenheid bereikt. Dit betekent dat de waarheid verandert naargelang degenen die haar bereiken; zij verandert overeenkomstig de veranderende toestanden van degene die haar bereikt.

Maar de werkelijke waarheid is in haar essentie niet veranderd. Daarom kan ieder mens hetzelfde op een andere manier bereiken. Wat het algemene publiek betreft, kan het dus zijn dat het publiek volledig in orde is, maar dat hij hen anders ziet, overeenkomstig zijn eigen eigenschappen.

Daarom zegt hij: „En beoordeel ieder mens gunstig.” Dit betekent dat hij alle anderen, naast zijn vrienden, gunstig moet beoordelen: zij zijn op zichzelf allemaal waardig en hij heeft geen enkele klacht over hun gedrag. Voor zichzelf kan hij echter niets van hen leren, omdat hij geen gelijkvormigheid met hen heeft.