<- Kabbalah bibliotheek
Verder lezen ->
Kabbalah bibliotheek Home / Rabash / Artikelen / De agenda van de bijeenkomst

De agenda van de bijeenkomst

Artikel nr. 17, deel 2, 1984

Aan het begin van de bijeenkomst dient er een agenda te zijn. Iedereen moet, voor zover hij kan, spreken over het belang van de gemeenschap, en beschrijven welke voordelen de gemeenschap hem zal geven en welke belangrijke dingen hij hoopt dat de gemeenschap hem zal brengen, die hij niet zelf kan verkrijgen, en hoe hij de gemeenschap dienovereenkomstig waardeert.

Zoals onze wijzen schreven (Berachot 32): “Rabbi Shamlai zei: ‘Men moet altijd eerst de Schepper prijzen en daarna bidden.’ Waar hebben wij dat van? Van Mozes, zoals er geschreven staat: ‘En ik smeekte de Heer in die tijd.’ Er staat ook geschreven: ‘O Heer God, U bent begonnen,’ en er staat geschreven: ‘Laat mij toch oversteken, bid ik U, en het goede land zien.’”

De reden dat wij moeten beginnen met het prijzen van de Schepper is dat er van nature twee voorwaarden zijn wanneer men iets aan een ander vraagt:

  1. Dat hij bezit wat ik van hem vraag, zoals rijkdom, macht en aanzien als een welgesteld en vermogend persoon.
  2. Dat hij een goedhartig karakter heeft, dat wil zeggen een verlangen om anderen goed te doen.

Van zo iemand kun je een gunst vragen. Daarom zeiden zij: “Men moet altijd eerst de Schepper prijzen en daarna bidden.” Dit betekent dat nadat men gelooft in de grootheid van de Schepper, dat Hij allerlei genoegens heeft om aan de schepselen te geven en dat Hij het goede wil doen, het passend is om te zeggen dat men tot de Schepper bidt, die hem zeker zal helpen, omdat Hij het goede wil doen. En dan kan de Schepper hem geven wat hij wenst. Dan kan het gebed ook met vertrouwen zijn dat de Schepper het zal vervullen.

Op dezelfde manier, met betrekking tot de liefde voor vrienden: helemaal aan het begin van de bijeenkomst, wanneer men samenkomt, moeten wij de vrienden prijzen, het belang van elk van de vrienden. In de mate waarin men de grootheid van de gemeenschap aanneemt, kan men de gemeenschap waarderen.

“En daarna bidden” betekent dat iedereen zichzelf moet onderzoeken en zien hoeveel inspanning hij levert voor de gemeenschap. Wanneer hij dan ziet dat hij machteloos is om iets voor de gemeenschap te doen, is er plaats voor een gebed tot de Schepper om hem te helpen en hem kracht en verlangen te geven om zich bezig te houden met de liefde voor anderen.

En daarna moet iedereen zich gedragen zoals in de laatste drie van het “Achttiengebed”. Met andere woorden, nadat men tot de Schepper heeft gesmeekt, zegt de Zohar dat men in de laatste drie van het “Achttiengebed” moet denken alsof de Schepper zijn verzoek al heeft ingewilligd en hij reeds is vertrokken.

In de liefde voor vrienden moeten wij ons op dezelfde manier gedragen: na zelfonderzoek en het volgen van het bekende advies om te bidden, moeten wij denken alsof ons gebed is verhoord en ons samen met onze vrienden verheugen, alsof alle vrienden één lichaam zijn. En zoals het lichaam wenst dat al zijn organen genieten, zo willen wij ook dat al onze vrienden nu genieten.

Daarom komt, na alle overwegingen, de tijd van vreugde en liefde voor vrienden. Op dat moment moet iedereen zich gelukkig voelen, alsof hij zojuist een zeer goede deal heeft gesloten die hem veel geld zal opleveren. En het is gebruikelijk dat men op zo’n moment de vrienden te drinken aanbiedt.

Op dezelfde manier heeft hier ieder zijn vrienden nodig om te drinken en cake te eten, enzovoort. Want nu hij blij is, wil hij ook dat zijn vrienden zich goed voelen. Daarom moet het uiteengaan van de bijeenkomst plaatsvinden in een staat van vreugde en verheffing.

Dit volgt de weg van “een tijd van Torah” en “een tijd van gebed”. “Een tijd van Torah” betekent volkomenheid, wanneer er geen tekortkomingen zijn. Dit wordt “rechts” genoemd, zoals er geschreven staat: “Aan Zijn rechterhand was een vurige wet.”

Maar “een tijd van gebed” wordt “links” genoemd, omdat een plaats van tekort een plaats is die correctie nodig heeft. Dit wordt “de correctie van de Kelim (vaten)” genoemd. Maar in de staat van Torah, die “rechts” wordt genoemd, is er geen plaats voor correctie, en daarom wordt de Torah een “geschenk” genoemd.

Het is gebruikelijk om geschenken te geven aan iemand van wie je houdt. En het is ook gebruikelijk om iemand die gebreken heeft niet lief te hebben. Daarom is er in een “tijd van Torah” geen plaats voor gedachten over correctie. Daarom moet het verlaten van de bijeenkomst zijn zoals in de laatste drie van het “Achttiengebed”. En om deze reden zal iedereen volkomenheid voelen.