<- Kabbalah bibliotheek
Verder lezen ->

De Vrede

Een empirisch, wetenschappelijk onderzoek naar de noodzaak van het werk van de Schepper

“De wolf zal bij het lam vertoeven en het luipaard zal zich bij het bokje neerleggen, een kleine jongen zal het kalf, de jonge leeuw en het mestvee samen hoeden.”

“En het zal te dien dage geschieden dat de Eeuwige Zijn hand opnieuw zal uitstrekken, een tweede maal, om het overblijfsel van Zijn volk terug te voeren, zij die in Assyrië en in Egypte gebleven zijn, in Pathros en in Kush, in Eilam en in Shin'ar, in Hamath en op de eilanden der zee. ” (Jesaja 11)

"Rabbi Shimon Ben Halafta zei: 'De Eeuwige heeft geen ander vat gevonden om de zegen voor Israël in te bewaren dan vrede, zoals er geschreven staat, “De Eeuwige zal kracht geven aan Zijn volk, de Eeuwige zal Zijn volk zegenen met vrede’” (einde van Masechet Okatzin).

Na in voorgaande artikelen de algemene vorm van Zijn werk te hebben getoond, waarvan de essentie niets meer en niets minder is dan de liefde voor anderen, praktisch uitgedrukt als "geven aan anderen” - wat betekent dat de feitelijke manifestatie van liefde voor anderen het geven van goedheid aan anderen is - moet liefde voor anderen daarom worden uitgedrukt als geven aan anderen, dit past het beste bij de inhoud ervan, met als doel ervoor te zorgen dat wij de intentie niet vergeten.

Nu wij de uitvoering van Zijn werk met zekerheid kennen, rest ons nog de vraag om te onderzoeken of we dit werk alleen vanuit geloof aanvaarden, zonder enige wetenschappelijke, empirische basis, of dat wij hiervoor ook een empirische basis hebben. Dit wil ik aantonen in het essay dat voor ons ligt. Maar eerst moet ik het onderwerp zelf diepgaand onderzoeken, dat wil zeggen: wie het is die ons werk accepteert.

Ik ben echter geen liefhebber van de formele filosofie, omdat ik een hekel heb aan theoretisch onderbouwde studies, en het is bekend dat de meeste van mijn tijdgenoten het met me eens zijn, want we zijn maar al te zeer bekend met dergelijke onderbouwingen, het zijn gebrekkige onderbouwingen en als het fundament wankel is, stort het hele gebouw in.

Daarom ben ik hier gekomen om alleen te spreken vanuit empirisch onderzoek, beginnend bij een eenvoudig inzicht waar niemand het mee oneens is, door analytisch bewijs te leveren (de verschillende elementen van een onderwerp van elkaar te scheiden), totdat wij komen bij het vaststellen van het belangrijkste onderwerp. En het zal via de weg van de synthese getest worden (de verbinding en de eenheid tussen zaken, zoals gevolgtrekkingen en ‘te meer daar’) hoe Zijn werk bevestigd en herbevestigd wordt door simpel inzicht vanuit het praktische aspect.

Tegenstellingen in de Voorzienigheid

Ieder redelijk mens die de werkelijkheid die voor ons ligt onderzoekt, vindt daarin twee complete tegenstellingen. Als wij de schepping, haar realiteit en gedragingen, onderzoeken is er een duidelijk, vaststaand leiderschap van grote wijsheid en bekwaamheid, 1) zowel wat de vorming van de realiteit betreft als 2) het veiligstellen van haar bestaan in het algemeen.

Laten we het ontstaan van een menselijk wezen als voorbeeld nemen: De liefde en het genot van de verwekkers is de eerste factor, gegarandeerd om zijn plicht te vervullen. Als de essentiële druppel uit de hersenen van de vader is geëxtraheerd, heeft de Voorzienigheid er heel wijs voor gezorgd dat het een veilige plek heeft die het mogelijk maakt om leven te ontvangen. De Voorzienigheid geeft het ook zijn dagelijks brood in de juiste hoeveelheid. De Voorzienigheid heeft er ook een prachtige basis voor gevormd in de baarmoeder, zodat geen vreemde het kan schaden.

Het voorziet in al zijn behoeften, als een getrainde nanny die het geen moment zal vergeten totdat het de kracht heeft verkregen om in onze wereld te verschijnen. Op dat moment geeft de Voorzienigheid het een korte tijd precies genoeg kracht om de muren die het omringen te doorbreken, en als een getrainde, gewapende krijger breekt het door een opening en komt het in de wereld tevoorschijn.

Ook dan laat de Voorzienigheid het niet in de steek. Als een liefhebbende moeder brengt de Voorzienigheid het naar heel liefdevolle, loyale mensen die het kan vertrouwen, "Moeder" en "Vader" genaamd, om het door zijn dagen van zwakte heen te helpen, totdat het groeit en zichzelf kan onderhouden. Het is voor alle dieren, planten en het minerale, zoals voor de mens, voor alles wordt er wijs en liefdevol gezorgd, zodat het eigen bestaan en het voortbestaan van de soort veiliggesteld wordt.

Maar zij die deze werkelijkheid onderzoeken vanuit het perspectief van voorziening en instandhouding van het bestaan, kunnen duidelijk grote wanorde en verwarring zien, alsof er geen leider en geen bestuur is. Iedereen doet wat goed is in zijn eigen ogen, bouwt aan zichzelf op basis van de ondergang van anderen, het kwaad gedijt en de rechtvaardigen worden genadeloos vertrapt.

Bedenk dat deze tegenstelling, die elk verstandig en opgevoed mens voor zich ziet, de mensheid ook in de oudheid heeft beziggehouden. En er zijn vele methoden om deze twee schijnbare tegenstellingen in de Voorzienigheid, die in één wereld aanwezig zijn, te verklaren.

Eerste Methode: de Natuur

Dit is een oeroude methode. Omdat men geen manier of uitweg vond om deze twee evidente tegenpolen nader tot elkaar te brengen, kwam men tot de aanname dat de Schepper, die dit alles heeft geschapen, die machtig over Zijn werkelijkheid waakt zodat er niets van uitgeschakeld wordt, geen verstand heeft en gevoelloos is.

Dus, hoewel Hij met een wonderbaarlijke wijsheid over het bestaan van de werkelijkheid waakt, heeft Hij Zelf geen verstand en doet Hij alles gevoelloos. Als er enig verstand en gevoel in Hem zou zijn, zou Hij zulke mankementen in het functioneren van de werkelijkheid zeker niet laten bestaan, zonder enig medelijden of mededogen voor hen die lijden. Daarom noemde men Hem "Natuur", wat een hersenloze, gevoelloze Supervisor betekent. Om deze reden gelooft men dat er niemand is om boos op te zijn, naar te bidden of voor wie men zich moet rechtvaardigen.

Tweede Methode: Twee Autoriteiten

Anderen waren vindingrijker. Zij vonden het moeilijk om de aanname van de supervisie van de natuur te accepteren, want zij zagen dat de supervisie over de werkelijkheid om haar bestaan veilig te stellen, een veel diepere wijsheid vraagt dan welke menselijke prestatie dan ook. Ze konden het er niet mee eens zijn dat de supervisor van dit alles zelf hersenloos zou zijn, want hoe kan men geven wat men niet bezit? Kan men zijn vriend onderwijzen terwijl men zelf een dwaas is?

Hoe kun je over degene, die voor ons zulke spitsvondige en wijze daden verricht, zeggen dat Hij niet weet wat Hij doet, dat Hij het bij toeval doet, terwijl het duidelijk is dat toeval geen enkele logische daad, bedacht vanuit wijsheid, kan verrichten, laat staan het eeuwige bestaan ervan veiligstellen? Vandaar dat men tot een tweede veronderstelling kwam, namelijk dat er hier twee supervisors zijn: de ene schept en onderhoudt het goede en de andere schept en onderhoudt het kwade. Zij hebben die methode in dat proces uitgebreid uitgewerkt met bewijzen en argumenten.

Derde Methode: Veelgodendom 

Deze methode kwam voort uit de schoot van de methode van de twee autoriteiten. Dit komt omdat men elk van de algemene handelingen had verdeeld en gescheiden, kracht, rijkdom, heerschappij, schoonheid, hongersnood, dood, wanorde, enzovoort. Men stelde voor elk een eigen supervisor aan en breidde dit naar eigen inzicht uit.

Vijfde Methode: Hij stopte met Zijn zorg

Toen korte tijd later de kennis toenam en men de nauwe samenhang tussen alle delen van de schepping zag, erkende men dat het concept van meerdere goden totaal onmogelijk was. Zo ontwaakte weer de vraag naar de tegenstellingen die in de schepping werden ervaren.

Dit leidde hen naar een nieuwe aanname, namelijk dat de Supervisor van de werkelijkheid zeker wijs en zorgzaam is, maar vanwege Zijn verhevenheid, die het bevattingsvermogen te boven gaat, wordt onze wereld als een zandkorrel beschouwd, als niets in Zijn ogen. Het is voor Hem niet de moeite waard om zich met onze kleinigheden bezig te houden. Daarom is onze bestaanszekerheid zo ongeordend en doet eenieder maar wat in eigen ogen goed is.

Naast deze methoden bestonden er ook religieuze methoden over de goddelijke eenheid. Maar dit is niet de plek om dat te onderzoeken, want ik wilde alleen de oorsprong onderzoeken waar vanuit de foutieve methoden en verwarrende aannamen, die in verschillende tijden en op verschillende plaatsen ruim de overhand hadden, verspreid werden.

We stellen vast dat de basis waar vanuit alle bovenstaande methoden zijn ontstaan en zichtbaar zijn geworden, berust op de tegenstelling tussen de twee soorten Voorzienigheid die in onze wereld waarneembaar zijn, en dat al deze methoden alleen ontstonden om die grote kloof te dichten.

Er is echter niets nieuws onder de zon, en niet alleen is die grote kloof niet gedicht, ze groeit en breidt zich voor ons uit tot een verschrikkelijke afgrond, zonder dat we een uitweg zien of daarop hopen. Als ik kijk naar alle pogingen die de mensheid al duizenden jaren tevergeefs heeft gedaan, vraag ik me af of we het herstel van deze grote kloof helemaal niet moeten zoeken vanuit het gezichtspunt van de Supervisor, maar daarentegen moeten accepteren dat deze grote correctie in onze eigen handen ligt.

Noodzaak om Behoedzaam om te gaan met de Wetten van de Natuur 

We kunnen allemaal duidelijk zien dat de menselijke soort een sociaal leven moet leiden, wat betekent dat we niet kunnen bestaan en onszelf kunnen onderhouden zonder de hulp van de samenleving. Stel je daarom eens een gebeurtenis voor waarbij iemand zich terugtrekt uit de samenleving naar een verlaten plek en daar een leven leidt vol ellende en erge pijn omdat hij niet in zijn behoeften kan voorzien. Die mens heeft geen recht om te klagen over de Voorzienigheid of zijn lot. 

En als die mens dat wél zou doen, dat wil zeggen klagen en zijn bittere lot vervloeken, zou hij alleen maar zijn domheid tentoonspreiden, want als de Voorzienigheid voor hem een comfortabele, aangename plek in de samenleving heeft bereid, heeft hij niet het recht om zich daaruit terug te trekken naar een verlaten plaats. Met zo iemand moeten we geen medelijden hebben, want hij gaat tegen de aard van de schepping in. Omdat hij de mogelijkheid heeft om te leven zoals de Voorzienigheid het hem heeft opgedragen, moeten we geen medelijden met hem hebben. Over deze uitspraak is de hele mensheid het zonder twijfel eens.

En ik kan het volgende nog op religieuze basis toevoegen en aantonen, en het als volgt verwoorden: Omdat de Voorzienigheid van de Schepper komt die ongetwijfeld doelmatig handelt, want niemand handelt doelloos, zien we dat iedereen die een van de natuurwetten breekt die Hij in ons heeft geprent, het zinvolle doel corrumpeert.

Want het doel is zonder enige twijfel op alle natuurwetten gebouwd, geen enkele uitgesloten, zoals een verstandige werker geen haarbreed aan de noodzakelijke handelingen zou toevoegen of iets ervan weglaten om het doel te bereiken, wordt hij die ook maar één wet overtreedt en het doel dat de Schepper gesteld heeft schaadt, door de natuur gestraft. Daarom moeten ook wij, die door de Schepper geschapen zijn, geen medelijden met hem hebben, want hij ontheiligt de natuurwetten en bezoedelt het doel van de Schepper. Dit is naar mijn mening de vorm van de straf.

En ik denk dat het voor niemand een goed idee is om de manier waarop ik mij in woorden heb uitgedrukt tegen te spreken, want het wezen van de wet is één. Want wat is het verschil als we zeggen dat de supervisor "natuur" wordt genoemd, namelijk zonder verstand en doelloos, of dat we zeggen dat de supervisor wonderbaarlijk wijs is, wetend, voelend en een doel heeft met zijn handelingen?

Uiteindelijk geven we allemaal toe en zijn we het erover eens dat we verplicht zijn om de geboden van de Voorzienigheid, namelijk de wetten van de natuur, na te leven. En we bekennen allemaal dat iemand die de geboden van de Voorzienigheid, dat wil zeggen de wetten van de natuur, overtreedt, gestraft moet worden door de natuur en door niemand beklagenswaardig gevonden moet worden. De aard van de straf is dus hetzelfde, het enige verschil zit in het motief: Zij beweren dat het motief onontkoombaar is en ik beweer dat het doelgericht is.

Om te voorkomen dat we voortaan beide begrippen moeten gebruiken, 1) de natuur 2) een supervisor, waartussen, zoals ik het heb aangetoond, geen verschil bestaat wat betreft het vervullen van de wetten, is het het beste voor ons om ermee in te stemmen en de woorden van de Kabbalisten te accepteren dat HaTeva (de natuur) dezelfde numerieke waarde (in het Hebreeuws) heeft als Elokim (God) - zesentachtig. Dan zal ik de wetten van God "de Mitzvot (geboden) van de natuur" kunnen noemen, en vice versa (de Mitzvot van Elokim "wetten van de natuur"), want ze zijn één en hetzelfde, hierover hoeven we verder niet meer te discussiëren.

Nu is het voor ons van vitaal belang om de Mitzvot van de natuur te onderzoeken, om te weten wat dit van ons vraagt, willen wij er niet genadeloos door gestraft worden. We hebben gezegd dat de natuur de mensheid ertoe verplicht om een sociaal leven te leiden, dat is eenvoudig. Maar we moeten de Mitzvot onderzoeken waarvan de natuur ons verplicht ze na te leven, dat wil zeggen met betrekking tot het sociale leven.

Als we het in het algemeen bekijken, zien we dat er slechts twee Mitzvot zijn die we in de samenleving moeten vervullen. Ze worden 1) "ontvangen" en 2) "geven" genoemd. Dit betekent dat elk lid door de natuur ertoe verplicht wordt dat hij, wat hij nodig heeft, van de samenleving ontvangt en dat hij door zijn werk voor het welzijn van de samenleving moet zorgen. En als hij aan één van deze twee Mitzvot niet voldoet, wordt hij genadeloos gestraft.

We hoeven de Mitzva (enkelvoud van Mitzvot) van ontvangen niet uitgebreid te onderzoeken, want de straf volgt onmiddellijk en dit voorkomt elke nalatigheid. Maar bij de andere Mitzva, die van geven aan de maatschappij, volgt de straf niet alleen niet onmiddellijk, maar vindt deze indirect plaats. Daarom wordt deze Mitzva niet correct nageleefd.

Zo wordt de mensheid gaar gestoomd in een gruwelijke wanorde, strijd en hongersnood en de gevolgen daarvan zijn tot nu toe niet geëindigd. Het wonderlijke hieraan is dat de natuur ons, als een bekwame rechter, overeenkomstig onze ontwikkeling straft. Want we kunnen zien dat naarmate de mensheid zich ontwikkelt, de pijnen en kwellingen op het gebied van ons levensonderhoud en ons bestaan ook toenemen.

Dit is een wetenschappelijke, empirische basis die duidelijk maakt dat Zijn Voorzienigheid ons heeft opgedragen om met al onze macht de Mitzva van geven aan anderen met uiterste precisie na te leven, op zodanige wijze dat geen enkel lid onder ons minder zou werken dan de maat die nodig is om het geluk van de samenleving en haar succes veilig te stellen. Zolang we niet in staat zijn om dit ten volle uit te voeren, zal de natuur ons blijven straffen en wraak nemen.

En naast de klappen waar wij in onze tijd door lijden, moeten we ook het getrokken zwaard voor de toekomst in acht nemen. We moeten de juiste conclusie trekken - dat de natuur ons uiteindelijk zal verslaan en wij allemaal gedwongen zullen worden om de handen ineen te slaan bij het vervullen van haar Mitzvot in de volle maat die van ons geëist wordt.

Bewijs van Zijn Werk door Ervaring

Wie mijn woorden wil bekritiseren, kan zich echter afvragen: "Hoewel ik tot nu toe heb bewezen dat men moet werken om mensen ten goede te komen, waar is het bewijs dat men het omwille van de Schepper moet doen?"

De geschiedenis heeft zich daarom in ons voordeel bekommerd en een vaststaand feit voor ons voorbereid, voldoende voor een volledige waardering en een ondubbelzinnige conclusie: Iedereen kan namelijk zien hoe een grote samenleving zoals die van Rusland, met honderden miljoenen inwoners, met meer land dan heel Europa, ongeëvenaard in rijkdom en grondstoffen, een land dat er al mee heeft ingestemd om een gemeenschappelijk leven te leiden en privébezit praktisch volledig heeft afgeschaft, waar iedereen zich alleen bekommert om het welzijn van de samenleving, ogenschijnlijk aan de volle maat heeft voldaan, om namelijk de deugd van het geven aan anderen in zijn volle betekenis uit te voeren, voor zover de menselijke geest het kan bevatten. 

En toch, ga eens kijken wat er van hen geworden is: In plaats van vooruitgang en de prestaties van de kapitalistische landen te overtreffen, is men steeds lager gezonken. Nu zijn ze er niet alleen niet in geslaagd om het leven van de arbeiders wat te verbeteren in vergelijking met de kapitalistische landen, ze kunnen zelfs hun dagelijks brood en kleding aan hun lijf niet veiligstellen. Dit feit brengt ons in verwarring, want te oordelen naar de rijkdom van dat land en zijn overvloedige bevolking, lijkt het onredelijk dat het zover heeft moeten komen.

Maar deze natie heeft één zonde begaan die de Schepper niet zal vergeven: Al dit kostbare en verheven werk, namelijk het geven aan anderen, wat zij zijn gaan uitvoeren, moet ten behoeve van de Schepper gebeuren en niet ten behoeve van de mensheid. Omdat zij hun werk niet ten behoeve van Hem doen, hebben zij vanuit het standpunt van de natuur geen bestaansrecht.

Probeer je eens voor te stellen dat iedereen in die samenleving nauwgezet de Mitzvot van de Schepper zou willen vervullen volgens het vers: "En je zult de Eeuwige, je God, liefhebben met heel je hart, met heel je ziel en met alle macht", en zich in dat opzicht zou haasten om de noden en wensen van zijn vriend te vervullen in de volle maat die in de mens is geprent om zijn eigen wensen te bevredigen, zoals er geschreven staat: "Heb je naaste lief als jezelf." 

Als de Schepper Zelf het doel van elke arbeider zou zijn terwijl hij voor het welzijn van de samenleving werkt, wat betekent dat de arbeider zou verwachten dat dit werk ten behoeve van de samenleving hem zou belonen met Dvekut (adhesie) met Hem, de bron van alle goedheid en waarheid, alle vreugde en zachtheid, bestaat er geen twijfel dat zij binnen enkele jaren rijker zouden worden dan alle andere landen op de wereld samen. Dat komt omdat zij dan, als zij de grondstoffen uit hun vruchtbare bodem zouden benutten, werkelijk een voorbeeld zouden zijn voor alle landen, en door de Schepper als gezegend zouden worden gezien.

Maar als al het werk van geven aan anderen uitsluitend gebaseerd is op het voordeel van de samenleving, is dat een wankele basis, want wie of wat zou het individu ertoe verplichten om hard te werken voor de samenleving? We kunnen nooit verwachten dat er vanuit een droog, levenloos principe, drijfkracht voor beweging ontstaat, zelfs niet bij ontwikkelde mensen (drijfkracht: een doelgerichte kracht die elk lichaam in beweging brengt en het kracht geeft om te functioneren, zoals brandstof in een machine), en nog veel minder bij onontwikkelde mensen. De vraag is dus waar de arbeider of de boer voldoende drijfkracht kan vinden om te werken, want zijn dagelijks brood zal niet toe- of afnemen door zijn inspanningen en hij heeft geen doelen of beloningen voor ogen. Het is welbekend bij natuuronderzoekers dat je zelfs de kleinste beweging niet kunt maken zonder een motiverende kracht, zonder er op de een of andere manier zelf beter van te worden.

Wanneer iemand bijvoorbeeld zijn hand van de stoel naar de tafel verplaatst, is dat omdat hij denkt dat hij er meer van zal genieten als zijn hand op de tafel ligt. Als hij dat niet zou denken, zou hij zijn hand voor de rest van zijn leven op de stoel laten liggen zonder deze ook maar enigszins te bewegen. Dit is des te meer het geval bij grotere inspanningen.

En als je zegt dat er een oplossing is door mensen onder toezicht te plaatsen, zodat iedereen die lui is in zijn werk gestraft wordt met het onthouden van salaris, vraag ik: "Vertel me dan eens waar de toezichthouders zelf de drijfkracht voor hun werk vandaan zouden halen?" Want op één plek staan en over mensen waken om ze te motiveren om te werken, is ook een grote inspanning, misschien wel meer dan het werk zelf. Dan lijkt het alsof men een machine wil aanzetten zonder deze van brandstof te voorzien.

Daarom worden zij door de natuur gevonnist, want de wetten van de natuur zullen hen straffen omdat zij zich niet instellen op het gehoorzamen aan haar bevelen: het uitvoeren van deze daden van geven aan anderen in de vorm van werken ten behoeve van de Schepper, om daardoor het doel van de schepping te bereiken, namelijk Dvekut met Hem. In het artikel, "Matan Torah" item 6, wordt uitgelegd dat deze Dvekut tot de werker komt in de vorm van Zijn aangename en lieflijke goedheid, die toeneemt tot de gewenste maat bereikt is om op te stijgen naar de kennis van Zijn Waarachtigheid en zich steeds verder ontwikkelt totdat hij beloond wordt met de overvloed die opgesloten ligt in de woorden, "Het oog heeft geen God naast U gezien."

En stel je voor dat de boer en de werker dit doel zouden voelen tijdens het werk voor het welzijn van de samenleving, dan zouden ze zeker geen toezichthouders nodig hebben, want ze zouden al voldoende motiverende kracht hebben voor een grote inspanning, genoeg om de samenleving tot ultiem geluk te brengen.

Om deze materie op een dergelijke manier te begrijpen, vereist grote zorgvuldigheid en bewezen gedragingen. Maar iedereen kan zien dat ze zonder dat geen bestaansrecht hebben vanuit het perspectief van de koppige, compromisloze natuur, en dat wilde ik hier bewijzen.

Ik heb dus duidelijk bewezen vanuit het perspectief van de empirische rede - uit de praktijk van de geschiedenis die zich voor onze ogen ontvouwt - dat er geen andere remedie voor de mensheid is dan het gebod van de Voorzienigheid aan te nemen om aan anderen te geven om de Schepper tevredenheid te brengen, volgens twee verzen.

Het eerste is "heb je vriend lief als jezelf", wat het wezen van het werk is. Dit betekent dat de hoeveelheid werk om aan anderen te geven voor het geluk van de samenleving niet minder mag zijn dan de hoeveelheid die in de mens is geprent om voor zijn eigen behoeften te zorgen. Bovendien moet hij de behoeften van zijn medemens boven die van zichzelf stellen, zoals geschreven staat in het artikel, "Matan Torah" item 4.

Het andere vers is: "En je zult de Eeuwige, je God, liefhebben met heel je hart, met heel je ziel en met alle kracht." Dit is het doel dat eenieder voor ogen moet hebben als hij werkt voor de noden van zijn vriend. Dit betekent dat hij alleen werkt en zwoegt om door de Schepper bemind te worden, zoals Hij zei: "en zij doen Zijn wil."

"En als jullie willen luisteren, zullen jullie je voeden met de vruchten van het land", want armoede, kwelling en uitbuiting zullen niet meer in het land aanwezig zijn en het geluk van eenieder zal steeds hoger stijgen, onmetelijk hoog. Maar zolang jullie weigeren om het verbond van het werk ten behoeve van de Schepper in de volle omvang op je te nemen, zullen de natuur en haar wetten klaarstaan om wraak op jullie te nemen. En zoals we hebben laten zien, zal ze niet loslaten voordat ze ons heeft verslagen en wij haar autoriteit accepteren in alles wat ze beveelt.

Nu heb ik voor jullie een praktisch, wetenschappelijk onderzoek weergegeven dat gebaseerd is op de analyse van empirische gegevens met betrekking tot de absolute noodzaak voor alle mensen om het werk van de Schepper met heel hun hart, hun ziel en kracht op zich te nemen.

Verduidelijking van het Fragment uit de Mishnah: “Alles is in Depot en er is een Net gespannen over het gehele Leven”

 

Nu wij het bovenstaande geleerd hebben, kunnen we een onduidelijk fragment uit Masechet Avot, hoofdstuk 3, punt 16, begrijpen. Het luidt als volgt: "Hij (Rabbi Akiva) zei altijd: 'Alles is in depot en er is een net gespannen over het gehele leven. De winkel is open en de winkelier verkoopt met uitgestelde betaling, het boek is open en de hand schrijft. En iedereen die wil lenen, kan komen lenen, en de incassanten komen regelmatig terug, dag na dag, en innen van de mens, of hij het zich nu bewust is of niet. En zij hebben waar zij op kunnen vertrouwen, en het oordeel is juist, en alles is klaar voor het feest.’"

Dit fragment bleef niet zonder reden een ondoorgrondelijke allegorie, zonder ook maar een hint naar de betekenis ervan. Het vertelt ons dat er hier een grote diepte is om te onderzoeken. De kennis die we tot nu toe hebben opgedaan, zal het zeker heel goed kunnen verduidelijken.

Het Wiel van Transformatie van Vorm

 

Laat me eerst het inzicht van onze wijzen presenteren over de afdaling van de generaties naar de wereld: Hoewel we de lichamen van generatie op generatie zien veranderen, geldt dit alleen voor  de lichamen. Maar de zielen, die het wezen van het lichaam zijn, verdwijnen niet om vervangen te worden, maar verplaatsen zich van lichaam naar lichaam, van generatie naar generatie. Dezelfde zielen die er ten tijde van de zondvloed waren, waren er ook in de tijd van Babylon, en tijdens de ballingschap in Egypte en de uittocht uit Egypte, enz. tot aan deze generatie en het einde van de correctie.

In onze wereld zijn er dus geen nieuwe zielen zoals wel de lichamen worden vernieuwd, maar er is alleen een bepaald aantal zielen die incarneren op het wiel van transformatie van vorm, want elke keer bekleden zij een nieuw lichaam en een nieuwe generatie.

Daarom zijn, wat de zielen betreft, alle generaties sinds het begin van de schepping tot aan het einde van de correctie als één generatie waarvan het leven zich over duizenden jaren uitstrekt, totdat het zich heeft ontwikkeld en gecorrigeerd is zoals het de bedoeling is. En het feit dat ieder in de tussentijd enkele duizenden keren van lichaam is veranderd, is volledig irrelevant, want de essentie van het lichaam, “de ziel” genaamd, heeft helemaal niet onder deze veranderingen geleden.

En er is veel bewijs waardoor dit onderbouwd wordt, een grote wijsheid die "het geheim van de incarnatie van de zielen" wordt genoemd. En hoewel dit niet de plaats is om het uit te leggen, is het vanwege het grote belang hiervan belangrijk om de onwetenden erop te wijzen dat reïncarnatie voorkomt in alle objecten van de tastbare werkelijkheid, en dat elk object op zijn eigen manier, een eeuwig leven leidt.

Hoewel onze zintuigen ons vertellen dat alles vergankelijk is, is dat alleen onze wijze van zien. In feite zijn er hier alleen incarnaties, en geen enkel deeltje is stil en heeft geen moment rust, maar incarneert op het wiel van de transformatie van vorm, waarbij het onderweg niets van zijn essentie verliest, zoals natuurkundigen hebben aangetoond.

En nu komen we bij het verduidelijken van het fragment: "Alles is in depot." Het is te vergelijken met iemand die voor een zaak geld leent aan zijn vriend om hem deelgenoot te maken van de winst. Om er zeker van te zijn dat hij zijn geld niet verliest, geeft hij het hem tegen een onderpand, zo is hij vrij van elke onzekerheid. Hetzelfde geldt voor de schepping van de wereld en haar bestaan, alles wat de Schepper voor de mens heeft voorbereid om mee te werken en om er uiteindelijk het verheven doel van Dvekut (hechting) met Hem door te bereiken, zoals het wordt uitgelegd in "Matan Torah," item 6. Dus moet men zich afvragen, wie zal de mensheid ertoe brengen om zich met Zijn werk bezig te houden totdat zij uiteindelijk dit verheven doel bereikt?

Rabbi Akiva zegt ons hierover het volgende: "Alles is in onderpand." Dit betekent dat alles wat de Schepper in de schepping heeft geplaatst en aan de mens heeft gegeven, Hij niet lichtvaardig aan hen heeft gegeven, maar Hij Zich heeft verzekerd van een onderpand. En mocht je je afvragen welk onderpand, dan antwoordt hij hierop door te zeggen: "en er is een net over het gehele leven uitgespreid." Dit betekent dat de Schepper met wijsheid een prachtig net heeft bedacht dat Hij over de gehele mensheid heeft uitgespreid, zodat niemand zal kunnen ontsnappen. Alle levende wezens moeten in dat net gevangen worden en noodzakelijkerwijs Zijn werk aanvaarden totdat zij hun sublieme doel hebben bereikt. Dit is het onderpand waarmee de Schepper Zichzelf ervan verzekerde dat het scheppingswerk niet beschadigd zou worden.

Daarna interpreteert hij het in detail en zegt: "De winkel is open." Dit betekent dat deze wereld voor ons op een open winkel lijkt, zonder eigenaar, en iedereen die er langskomt mag overvloedig ontvangen, zoveel men wil, zonder enige kosten. Rabbi Akiva waarschuwt ons echter dat de winkelier met uitgestelde betaling verkoopt. Met andere woorden, hoewel je hier geen winkelier ziet, weet dat er een winkelier is, en de reden dat hij geen betaling eist, is omdat hij het aan jou verkoopt met uitgestelde betaling.

En dan moet je je afvragen: "Hoe weet hij mijn schuld?" Daarop antwoordt hij: "Het boek is open en de hand schrijft," dit betekent dat er een algemeen boek is waarin elke handeling wordt opgeschreven, zonder er ook maar één te vergeten. En het doel wordt omringd door de wet van ontwikkeling die de Schepper in de mensheid heeft geprent en die ons steeds verder vooruit stuwt.

Dit betekent dat de corrupte gedragingen in de situaties van de mensheid juist de goede staten voortbrengen. En elke goede staat is niets anders dan de vrucht van het werk in de slechte staat die eraan vooraf is gegaan. Inderdaad, deze waarden van goed en slecht verwijzen niet naar de waarde van de staat zelf, maar naar het algemene doel: Elke staat die de mensheid dichter bij het doel brengt, wordt als goed beschouwd en één die haar van het doel afleidt, wordt als slecht beschouwd.

Alleen volgens deze maatstaf is de "wet van ontwikkeling" opgebouwd - de corruptie en de slechtheid die in een situatie verschijnen, worden als de oorzaak en de generator van de goede staat beschouwd, zodat elke staat net lang genoeg duurt om het kwaad erin te laten groeien tot een niveau waarop de mensheid het niet langer kan verdragen. Dan moet men zich ertegen verenigen, het vernietigen en zich reorganiseren in een betere staat voor de correctie van die generatie.

En ook de nieuwe staat duurt zo lang tot de vonken van het kwaad erin rijpen en een zodanig niveau bereiken dat ze niet langer verdragen kunnen worden, op dat moment moet deze vernietigd worden en wordt er een betere staat voor in de plaats gebouwd. En zo worden de situaties één voor één en graad voor graad opgehelderd, totdat ze in een gecorrigeerde staat komen waarin er goed zal zijn zonder enige vonken van kwaad.

Je ontdekt dat al het zaad waaruit de goede staten groeien niets anders is dan de verdorven daden zelf, wat betekent dat al het blootgelegde kwaad dat onder de handen van de goddelozen in de generatie vandaan komt, zich samenvoegt en zich opstapelt tot een grote som, totdat deze zo zwaar weegt dat de samenleving het niet langer kan dragen. Dan staat men op, roeit het uit en wordt er een meer wenselijke staat gecreëerd. Zo zien we dat elk kwaad een voorwaarde wordt voor de drijvende kracht waardoor de goede staat zich ontwikkelt.

Dit zijn de woorden van Rabbi Akiva: "Het boek is open en de hand schrijft." Elke staat waarin de generatie zich bevindt, is als een boek, en alle boosdoeners zijn als schrijvende handen, want elk kwaad wordt gekerfd en in het boek geschreven, totdat het zich ophoopt tot een hoeveelheid die het publiek niet langer kan verdragen. Op dat moment vernietigen zij die slechte staat en herschikken deze tot een meer wenselijke staat. Zo wordt elke handeling gewogen en geschreven in het boek, namelijk in de staat.

Hij zegt: "Allen die willen lenen, mogen komen en lenen." Dit betekent dat iemand die gelooft dat deze wereld niet is als een open winkel zonder eigenaar, maar dat er een eigenaar aanwezig is, een winkelier die in zijn winkel staat en van elke klant de juiste prijs eist voor de koopwaar die hij uit de winkel haalt - namelijk zwoegen voor Zijn werk terwijl hij gevoed wordt door die winkel, op een manier die hem zeker naar het doel van de schepping zal brengen, zoals Hij het verlangt - zo iemand wordt beschouwd als iemand die wil lenen. Dus, zelfs voordat hij zijn hand uitstrekt om iets te nemen uit deze wereld die de opslagplaats is, neemt hij het als een lening om de genoteerde prijs ervan te betalen. Dat wil zeggen, hij neemt het op zich om te werken om Zijn doel te bereiken in de tijd dat hij van de winkel leeft, op een manier dat hij belooft zijn schuld te betalen door het gewenste doel te bereiken. Daarom wordt hij beschouwd als iemand die wil lenen, wat betekent dat hij belooft de schuld terug te betalen.

Rabbi Akiva beschrijft twee soorten mensen: De eerste soort bestaat uit het type van een "open winkel", die deze wereld beschouwen als een open winkel zonder winkelier. Hij zegt over hen: "Het boek is open en de hand schrijft." Dat wil zeggen, hoewel ze niet zien dat er een boekhouding is, worden al hun handelingen toch in het boek geschreven, zoals hierboven uitgelegd. Dit wordt gedaan door de wet van ontwikkeling die tegen de wil van de mensheid in de schepping is geprent, waarbij de daden van de goddelozen zelf noodzakelijkerwijs de goede daden uitlokken, zoals we hierboven hebben laten zien.

Het tweede type mensen wordt "zij die willen lenen" genoemd. Zij houden rekening met de winkelier en wanneer ze iets uit de winkel nemen, nemen ze het alleen als een lening. Zij beloven de winkelier de vermelde prijs te betalen, wat betekent dat ze daarmee het doel bereiken. Hij zegt over hen: "Allen die willen lenen, mogen komen en lenen."

En als je zegt: "Wat is het verschil tussen het eerste type, bij wie het doel komt door de wet van ontwikkeling en het tweede type, bij wie het doel komt door zelf-slavernij aan Zijn werk? Zijn ze niet gelijk in het bereiken van het doel?"

Dan vervolgt hij: "De inners van het geld komen regelmatig terug, dag na dag, en innen bewust en onbewust van een mens." In werkelijkheid betalen beiden dus hun dagelijkse deel van de schuld. En net zoals de krachten, die tevoorschijn komen door zich met Zijn werk bezig te houden, beschouwd worden als de trouwe collecteurs die hun schuld elke dag in porties innen totdat deze volledig betaald is, worden de machtige krachten die in de wet van ontwikkeling geprent zijn, ook beschouwd als trouwe collecteurs die hun dagelijkse porties van de schuld innen totdat deze volledig betaald is. Dit is de betekenis van "en de inners van het geld keren regelmatig terug, dag na dag en innen van een mens."

Er is echter een groot verschil en een grote afstand tussen hen wat "bewust en onbewust" betreft. Het eerste type, wiens schuld geïnd wordt door de verzamelaars van de ontwikkeling, betalen hun schuld onbewust. Er komen echter stormachtige golven over hen heen door de krachtige wind van ontwikkeling en ze duwen hen vanaf de achterzijde vooruit, waardoor ze gedwongen worden om vooruit te gaan.

Hun schuld wordt dus tegen hun wil in en met veel pijn geïnd door de manifestaties van de krachten van het kwaad, die hen van de achterzijde vooruit duwen. Het tweede type betaalt echter de schuld die het bewust bereiken van het doel is, uit eigen beweging door de handelingen te herhalen die de ontwikkeling van het besef van de erkenning van het kwaad bespoedigen, zoals uitgelegd in het artikel "De Essentie van Religie en haar Doel".

Door dit werk is hun winst tweeledig: De eerste winst is dat deze krachten, die uit Zijn werk tevoorschijn komen, als een trekkende, magnetische kracht voor hen worden neergezet. Ze jagen deze uit vrije wil na met de geest van liefde. Onnodig te zeggen dat ze vrij zijn van elke vorm van verdriet en lijden zoals het eerste type.

De tweede winst is dat zij het gewenste doel verhaasten, want zij zijn de rechtvaardigen en de profeten die in elke generatie het doel bereiken, zoals het wordt uitgelegd in het essay "De Essentie van de Wijsheid van Kabbalah" in het gedeelte "Waar gaat de Wijsheid over?"

Zo zien we dat er een grote afstand bestaat tussen degenen die bewust betalen en degenen die onwetend betalen, zoals het belang van het licht van verrukking en genot boven de duisternis van pijn en kwelling. Hij vervolgt: "Zij hebben iets waarop zij kunnen vertrouwen, en het oordeel is rechtvaardig" Met andere woorden, hij belooft al degenen die willens en wetens betalen dat "zij iets hebben waarop ze kunnen vertrouwen," dat er een grote kracht is in het werk voor Hem om hen naar het sublieme doel te brengen, en het is de moeite waard voor hen om zich voor Zijn last in te spannen.

En van degenen die onwetend betalen zegt hij: "en het oordeel is waar." Ogenschijnlijk moet men zich afvragen waarom de Voorzienigheid toestaat dat deze corrupties en kwellingen in de wereld verschijnen, waarin de mensheid genadeloos wordt gaar gestoomd.

Hij zegt hierover dat dit "oordeel rechtvaardig is" omdat "alles bereid is voor het feest," voor het ware doel. En de sublieme verrukking die bestemd is om zichtbaar te worden, samen met de onthulling van Zijn doel in de schepping, als alle moeite en zwoegen en angst die ons door de tijden en generaties heen overkomen, zal lijken op een gastheer die zich grote moeite getroost om een groot feest te bereiden voor de genodigden. En hij vergelijkt het verwachte doel dat uiteindelijk onthuld zal worden met een feest waarbij de gasten in grote verrukking aanwezig zijn. Daarom zegt hij: "en het oordeel is rechtvaardig, en alles is klaar voor het feest.

Iets dergelijks vinden we ook in Beresheet Rabbah, hoofdstuk 8, over de schepping van de mens: De engelen vroegen aan de Schepper: "Wat is de mens, dat U aan hem denkt, en de mensenzoon, dat U hem bezoekt? Waarvoor hebt U deze moeite nodig?"

De Schepper zei tegen hen: "Waarom werden Tzona en Alafim geschapen?" Waar lijkt dit op? Er is een allegorie over een koning die een toren had die overvloedig gevuld was, maar er waren geen gasten. Wat voor plezier heeft de koning in zijn volle toren? Zij zeiden prompt tegen Hem: "Heer van de wereld, Heer onze Meester, hoe groot is Uw naam in het hele land. Doe wat U behaagt."

Interpretatie: De engelen die alle pijn en kwellingen zagen die de mensheid zouden overkomen, vroegen zich af: "Waarom is deze moeite nodig?" De Schepper antwoordde hen dat Hij een toren had die overvloedig gevuld was, maar dat alleen deze mensheid daartoe was uitgenodigd. En natuurlijk wogen de engelen de genoegens af in die toren die op zijn gasten wachtte, tegen de kwellingen en moeite die de mensheid te wachten stond. En toen ze eenmaal zagen dat het de moeite waard was voor de mensheid om te lijden voor het goede dat hen te wachten stond, stemden ze in met de schepping van de mens, zoals Rabbi Akiva zei: "Het oordeel is rechtvaardig en alles is klaar voor het feest." Vanaf het begin van de schepping hebben alle mensen hun bedenkingen, maar de gedachte van de Schepper verplicht hen om naar het feest te komen, bewust of onbewust.

En nu zullen allen de waarheid zien van de woorden van de profeet (Jesaja 11) in de vredes profetie: "De wolf zal bij het lam vertoeven en het luipaard zal zich bij het bokje neerleggen." En hij voegde toe: "de aarde zal vol zijn van de kennis van de Eeuwige, zoals de wateren de zee bedekken."

Zo beschrijft de profeet vrede in de hele wereld waarbij de hele wereld gevuld zal zijn met de kennis van de Schepper, zoals we hierboven hebben gezegd dat de taaie, egoïstische weerstand tussen mensen, samen met de internationale relaties, zullen verslechteren, dit alles zal niet uit de wereld verdwijnen, door welk menselijk advies of welke tactiek dan ook.

Onze ogen kunnen zien hoe de arme, zieke mens onder vreselijke, onduldbare pijnen is bedolven, de mensheid heeft zichzelf al naar extreemrechts geworpen, zoals in Duitsland, of naar uiterst links, zoals in Rusland. Maar zij hebben niet alleen de situatie voor zichzelf ingewikkelder gemaakt, ze hebben de kwaal en de pijn verergerd en de stemmen rijzen op naar de hemel, zoals we allemaal weten.

Ze hebben dus geen andere keuze dan Zijn last te aanvaarden en de Schepper te erkennen, wat betekent dat ze hun acties richten op de wil van de Schepper en op Zijn doel, zoals Hij dat vóór de schepping voor hen had gepland. Als zij dit doen, is het duidelijk dat door Hem te dienen alle afgunst en haat van de mensheid zal uitdoven, zoals ik het hierboven heb laten zien, want dan zullen allen die deel uitmaken van de mensheid zich verenigen in één lichaam en één hart, vol van de kennis van de Schepper. Dus wereldvrede en de kennis van de Schepper zijn één en dezelfde.

Onmiddellijk daarna zegt de profeet: “En het zal te dien dage geschieden dat de Eeuwige Zijn hand een tweede keer zal uitstrekken om de rest van Zijn volk terug te brengen … en de verstrooiden van Juda uit de vier hoeken van de aarde te verzamelen.” Zo leren we dat wereldvrede voorafgaat aan de vereniging van degenen die verdreven zijn. 

Nu kunnen wij de woorden van onze wijzen aan het einde van Masechet Okatzin begrijpen: “De Schepper vond geen ander vat om de zegen voor Israël te bevatten dan vrede”, zoals er geschreven staat: “De Eeuwige zal Zijn volk kracht geven, de Eeuwige zal Zijn volk met vrede zegenen.” Op het eerste gezicht zou men het merkwaardig kunnen vinden in de allegorie: “een vat om de zegen voor Israël te bevatten.” En ook, hoe leidt men dit uit deze woorden af? 

Maar deze woorden worden duidelijk voor hen zoals de profetie van Jesaja verwoordt dat wereldvrede voorafgaat aan het terugbrengen uit de diaspora. Daarom zegt het vers: “De Eeuwige zal Zijn volk kracht geven,” wat betekent dat in de toekomst, als de Schepper Zijn volk kracht geeft, namelijk eeuwige vereniging, “de Eeuwige Zijn volk met vrede zal zegenen.” Dit betekent dat Hij eerst Zijn volk Israël zal zegenen met vrede in de hele wereld, en Hij vervolgens “de tweede keer zijn hand zal uitstrekken om de rest van zijn volk terug te brengen.”

Onze wijzen zeiden over de betekenis van de woorden: Daarom gaat de zegen van vrede in de hele wereld vooraf aan de kracht, dat wil zeggen de bevrijding, omdat “de Schepper geen ander vat vond om de zegen voor Israël te bevatten dan vrede.” Dus zolang er onder de naties eigenliefde en egoïsme bestaat, zal ook Israël niet in staat zijn om de Schepper in zuiverheid te dienen, in geven aan anderen, zoals geschreven staat in de uitleg van de woorden: “En jullie zullen voor mij een koninkrijk van priesters zijn, in het essay “De Arvut”. We zien dit uit ervaring, want de komst naar het land en de bouw van de tempel konden geen stand houden en de zegeningen ontvangen die de Schepper aan onze vaderen had gezworen.

Daarom zeiden ze: “De Schepper vond geen vat dat in staat was om de zegen te bevatten,” wat betekent dat Israël tot dan toe geen vat had om de zegen van de vaderen te bevatten. Daarom is de belofte dat wij het land voor eeuwig kunnen beërven niet vervuld, want wereldvrede is het enige vat dat het ons mogelijk maakt om de zegen van de vaderen te ontvangen, zoals in de profetie van Jesaja.