Wereld Kabbalah Conventie - Verbinden in Lishma - 20-21 februari 2025
Wereld Kabbalah congres - Verbinden in Lishma
Les 2: Lishma Vanuit eloof in de Wijzen
1. RABASH, Artikel 4 (1989), “Wat is een watervloed in het werk?”.
Er is de kwestie van boven de rede. Dit wordt beschouwd als willen wandelen met zijn ogen dicht, wat betekent dat hoewel de rede en de zintuigen niet begrijpen wat onze wijzen ons vertellen, zij toch vertrouwen stellen in de wijzen en zeggen dat we vertrouwen in de wijzen op ons moeten nemen, zoals er geschreven staat: "En zij geloofden in de Heer en in Zijn dienaar, Mozes." Zonder geloof kan er niets bereikt worden in spiritualiteit.
2. Zohar voor Iedereen, Shemot [Exodus], "En een nieuwe koning rees op", Item 84
Zonder de wijzen zouden mensen niet weten wat de Torah is en wat de Mitzvot [geboden] van de Schepper zijn, en er zou geen verschil zijn tussen de geest van een mens en de geest van een dier.
3. Maor VaShemesh, Parashat Shoftim
De niveaus van Torah Lishma zijn ontelbaar en één daarvan is, dat wanneer men om middernacht opstaat, men zich moet verdiepen in de tekst “Zij die in de tuinen woont, vrienden luisteren naar jouw stem, laat het mij horen,” wat betekent dat hij zich moet verbinden met de ziel van de rechtvaardigen in de Tuin van Eden en zich met hen moet verenigen om verfijnd te worden in het genoegen om zich in de Torah te verdiepen, en dat hij zijn Nefesh, Ruach en Neshama moet verbinden met de innerlijke betekenis van de letters van de Torah, en ze verbinden met Ein Sof om de Schepper en Zijn Shechina te verenigen.
Ook dat kan pas worden bereikt als hij zich aan de rechtvaardigen van de generatie hecht en elke dag op hun deur klopt. Wie zich oprecht met het stof van hun voeten bedekt en hoopt op het licht in het licht van de Torah, zal uiteindelijk in de Tuin van Eden alles bereiken wat hij niet in deze lage wereld had bereikt. Dit is het doel van het genot van de komende wereld: de hoge lichten bereiken en genieten van de schittering van de Shechina.
4. RABASH, Artikel 1 (1990), “Wat betekent 'Mogen wij de kop zijn en niet de staart' in het werk?”
De mens kreeg de rede en het intellect om alles volgens het verstand te begrijpen, en hier wordt ons gezegd te wandelen door het geloof in de wijzen te accepteren, een mens wil dit pad begrijpen, aangezien men, zolang men onder de heerschappij van de wil om voor zichzelf te ontvangen is geplaatst, niet kan weten wat goed en wat slecht is, maar alles moet accepteren zoals de wijzen het voor ons hebben bepaald, want anders zullen stof en vuil zijn ogen binnendringen en zal hij niet in staat zijn om verder te komen, maar als wij de woorden van de wijzen niet bekritiseren en hun woorden niet binnen de rede willen accepteren, worden we juist hierdoor beloond met de kennis [rede] van Kedusha [heiligheid].
Dit is zo omdat de hele reden waarom we boven de rede moeten uitstijgen, is dat we ondergedompeld zijn in zelfliefde. Daarom worden we door geloof boven de rede beloond met vaten van geven.
5. Baal HaSulam, Shamati, artikel nr. 40, "Wat is de mate van geloof in de Rav?"
Men moet de mening van zijn Rav vertrouwen en geloven wat zijn Rav hem vertelt. Dit betekent dat men moet handelen zoals zijn Rav het hem heeft opgedragen.
En hoewel hij veel argumenten en vele leringen ziet die niet overeenkomen met de mening van zijn Rav, moet hij toch de mening van zijn Rav vertrouwen.
6. Baal HaSulam, artikel nr. 105, "Een bastaard wijze leerling gaat vooraf aan een gewone Hogepriester"
Door je aan wijze leerlingen te hechten, is het mogelijk om enige steun te ontvangen.
Met andere woorden, alleen een wijze leerling kan hem helpen, en niets anders. Zelfs als hij groot is in de Torah, zal hij nog steeds een "gewone man" worden genoemd als hij niet beloond is met het leren uit de mond van de Schepper.
Daarom moet men zich onderwerpen aan een wijze leerling en accepteren wat de wijze leerling hem oplegt, zonder enige argumenten, maar op een manier die boven de rede gaat.
7. Baal HaSulam, Shamati, artikel Nr. 187, "Het kiezen van arbeid"
Een beproeving betekent dat een mens niet kan beslissen welke kant hij op moet als hij de wil van de Schepper en de wil van zijn leraar niet kan bepalen. Hoewel hij toegewijd kan werken, is hij toch niet in staat om te bepalen of dit toegewijde werk gepast is of niet, of dit harde werk tegen de opvatting van zijn leraar zou ingaan, en tegen de opvatting van de Schepper.
Om dat te bepalen, kiest men wat arbeid toevoegt. Dit betekent dat men moet handelen volgens zijn leraar. Er is alleen arbeid voor de mens om te doen, en niets anders. Vandaar dat er geen plaats is voor twijfel bij iemands daden, gedachten en woorden. In plaats daarvan moet hij altijd de arbeid vermeerderen.
8. Rabbi Elimelech van Lizhensk, Noam Elimelech [Het genoegen van Elimelech].
De rechtvaardige plaatst door zijn rechtvaardigheid zijn goede wensen en gedachten in anderen, zodat ook zij het goede verlangen zullen hebben om de Schepper met heel hun hart aan te hangen. Door het plaatsen van het verlangen in anderen, wordt dit al als een daad beschouwd, want er wordt een daad bij anderen verricht vanuit het verlangen dat hij heeft. Dat is de betekenis van het vers “U opent Uw hand en bevredigt elk levend wezen met verlangen”, want de rechtvaardige breidt overvloed uit naar de werelden en naar elke mens.
En hoe doet hij dat? Door zijn verlangen in anderen te plaatsen. Hieruit volgt dat ze allemaal door hem rechtvaardig zijn geworden. De rechtvaardige opent onmiskenbaar zijn armen voor de Schepper om aan de wereld te geven. En waarmee opent hij? Het vers legt uit, “en bevredigt elk levend wezen met verlangen”, door iedereen te bevredigen met het verlangen om de Schepper lief te hebben.