<- Kabbalah bibliotheek
Verder lezen ->
Kabbalah bibliotheek Home / Bnei Baruch / Dag van eenheid voor Hanukkah - 29 dec. 2024

"Wonderen gebeuren als we ons verenigen"

1. RABASH, Brief Nr. 68

Hannukah was een spiritueel wonder, en in spiritualiteit moeten we vragen “Wat?” anders voelen we het wonder niet. Daarom zeiden ze: “Wat is Hannukah?”, zodat iedereen zal vragen naar het wonder van spiritualiteit, om eerst de betekenis van spirituele ballingschap te kennen, en dan in staat te zijn om spirituele verlossing te krijgen.

En daarom moeten we het publiekelijk bekendmaken, om iedereen geïnteresseerd te maken. Anders voelen we de ballingschap of de verlossing niet.

 

2. RABASH, Artikel Nr. 638, “De neiging van de mens”.

Alles wat boven de natuur is, wordt als een wonder beschouwd.

Alle wonderen worden aan de Schepper toegeschreven, d.w.z. beschouwd als een ontwaken van boven en niet als een ontwaken van beneden, omdat de lagere niet iets kan doen dat boven de natuur is. Maar om hem een wonder te laten verrichten, moet een mens bidden dat hem een wonder wordt verricht.

 

3. RABASH, Artikel Nr. 11 (1990), “Wat het plaatsen van de Chanoeka Kaars aan de linkerkant betekent in het werk”.

“Een wonder” impliceert iets dat een persoon niet kan verwerven. Dat wil zeggen, het is onmogelijk voor iemand om het te verwerven, tenzij door een wonder van boven. Alleen op deze manier wordt het “een wonder” genoemd.

 

4. RABASH, Brief nr. 68

Spiritualiteit bevindt zich in ballingschap onder de lichamelijkheid.

Een mens kan niet uit deze ballingschap komen en alleen de Schepper kan hem bevrijden, zoals onze wijzen zeiden: “De neiging van de mens overmeestert hem elke dag en probeert hem te doden. Zonder de hulp van de Schepper zou hij het niet overwonnen hebben.” Hieruit zien we dat alleen de Schepper kan helpen, en daarom wordt het een “wonder” genoemd.

 

5. RABASH, Artikel No. 24 (1988), “Wat is ‘De verborgen dingen behoren de Heer toe, en de geopenbaarde dingen behoren ons toe’ in het werk?”.

Een mens moet 'oplichten', dingen doen 'totdat de vlam uit zichzelf opstijgt', en niet door eigen kracht. Dus, 'uit zichzelf' betekent door de kracht van de Schepper.

 

6. RABASH, Artikel Nr. 9 (1984), “Men moet altijd de balken van zijn huis verkopen”.

Elk van hen had een vonk van liefde voor anderen, maar de vonk kon het licht van liefde niet ontsteken om in elk van hen te schijnen, dus spraken ze af dat door zich te verenigen, de vonken een grote vlam zouden worden.

 

7. RABASH, Artikel Nr. 15 (1991), “Wat is de zegen, ‘Wie heeft voor mij op deze plaats een wonder verricht’, in het werk?”

Een persoon moet er zich op instellen om een vergelijking te kunnen maken tussen het moment van lijden en het moment van plezier, en om het wonder dat hem verlost van lijden naar een staat van plezier te zegenen. Daardoor zal hij in staat zijn om de Schepper te danken en te genieten in de nieuwe kelim die nu aan hem zijn toegevoegd wanneer hij deze twee momenten met elkaar vergelijkt. Van daaruit kan een mens in het werk vooruitgaan.

Het is zoals Baal HaSulam zei, dat het niet uitmaakt of een mens iets groots of iets kleins van de Schepper ontvangt. Wat telt is hoeveel een mens de Schepper dankt. Naarmate zijn dankbaarheid toeneemt, groeit ook het geven dat de Schepper geeft. Daarom moeten we er nota van nemen om dankbaar te zijn, om Zijn geschenk te waarderen, zodat we de Schepper kunnen naderen.

 

8. RABASH, Artikel 13 (1985), “Machtige rots van mijn verlossing”.

Er staat: “U loven is een genot”, wat betekent dat we U danken en prijzen voor het goede dat we van U hebben ontvangen. Het is zoals onze wijzen zeiden: “Men moet altijd de Schepper loven en dan bidden” (Berachot [Zegeningen], 32).

De reden hiervoor is dat iemand die gelooft dat de Schepper genadig en barmhartig is, en dat Hij de schepselen goed wil doen, ruimte heeft om te bidden. Daarom moeten we eerst de lofprijzing van de Schepper vestigen, d.w.z. dat de mens zelf de lofprijzing van de Schepper moet instellen. Dat betekent niet dat de Schepper moet zien dat de mens Hem prijst, want de Schepper heeft geen mensen nodig. De mens zelf moet de lof van de Schepper zien, en dan kan hij Hem vragen om hem te helpen, want Zijn gedrag is om goed te doen aan Zijn schepselen.

 

9. Rav Kook

Ieder moet weten en begrijpen dat in hem een kaars brandt, dat zijn kaars niet is als de kaars van zijn vriend, en er is geen mens die geen kaars heeft. Iedereen moet weten en begrijpen dat hij moet zwoegen om de kaars aan iedereen te onthullen, en om het aan te steken tot een grote fakkel en om de hele wereld te verlichten.

 

10. Zohar voor iedereen, Aharei Mot [Na de dood], “Zie, hoe goed en hoe aangenaam”, Items 65-66

“Zie, hoe goed en hoe aangenaam het is voor broeders om ook samen te zitten.” Dit zijn de vrienden zoals ze bij elkaar zitten, en niet van elkaar gescheiden zijn. Eerst lijken ze op mensen in oorlog, die elkaar willen doden. Dan keren zij terug naar broederlijke liefde.

De Schepper zegt over hen: 'Zie, hoe goed en hoe aangenaam is het voor broeders om ook samen te zitten'. 

De Schepper zegt over hen: 'Zie, hoe goed en aangenaam is het voor broeders om ook samen te zitten'. Het woord 'ook' omvat ook de Shechina met hen. Bovendien luistert de Schepper naar hun woorden en Hij heeft tevredenheid en geniet met hen, zoals geschreven staat: “Toen spraken zij die de Heer vreesden met elkaar, en de Heer luisterde en hoorde het, en een herinneringsboek werd voor Hem geschreven.”

En jullie, de vrienden die hier zijn, zoals jullie eerder in genegenheid en liefde waren, zullen voortaan ook niet scheiden totdat de Schepper zich met jullie verheugt en vrede over jullie afroept. En door jullie verdienste zal er vrede in de wereld zijn, zoals geschreven staat: “Omwille van mijn broeders en mijn vrienden zeg ik: ‘Laat vrede in jullie zijn’.”