<- Kabbalah bibliotheek
Verder lezen ->
Kabbalah bibliotheek Home / Rabash / Gesorteerde aantekeningen / 933. Betreffende de uittocht uit Egypte

933. Betreffende de uittocht uit Egypte  

Onze wijzen zeiden dat het verhaal van de uittocht uit Egypte op een manier van vraag en antwoord verteld moet worden. Iemand die niemand heeft om hem te vragen, stelt zichzelf de vraag: “Wat is er veranderd,” enzovoort.

We moeten dit interpreteren. “Verhaal” komt van de woorden: “de hemel vertelt.” De uittocht uit Egypte betekent de bevrijding en verlossing van de Klipot [schalen/schillen] en de Sitra Achra [andere kant], wat wil zeggen het aanroepen van de oorsprong van verlossing en het uitbreiden ervan. Deze zaak wordt beschouwd als “de hemel vertelt,” wat betekent dat wanneer iemand zich losmaakt van elke wereldsheid, hij de lof van de Schepper kan vertellen.

Toch is het zo dat men om naar de hemel te stijgen werkt op een manier van vraag en antwoord. Dit is de betekenis van de zonen die vragen, aangezien Banim [zonen] Havanah [begrip] betekent, en rede en verstand, en zij stellen hem vragen.

Iemand die geen zonen heeft—wiens verstand en rede geen vragen hebben omdat hij zuiver is in zijn verstand en eigenschappen—moet de vragen bij zichzelf oproepen, zoals Baal HaSulam de woorden van onze wijzen verklaarde: “Ik wek de dageraad, en de dageraad wekt mij niet.”

“Wat is er veranderd deze nacht vergeleken met alle andere nachten?”

“Nacht” betekent het lichaam, dat wordt gezien als “tekort” en “duisternis.” “Dag” betekent de ziel, die het lichaam verlicht. Op dat moment vraagt hij: “Hoe is zijn lichaam veranderd ten opzichte van de rest van de lichamen van de volkeren van de wereld?” “Want op alle andere nachten” eten de lichamen wat zij willen zonder enige onderzoekingen. Integendeel, ze zeggen dat alles wat hun hart begeert in hun voordeel is. Maar deze nacht is mijn lichaam beperkt in zowel gedachten als verlangen.

De verklaring is, “Wij waren slaven… en Hij verloste ons.” Dat wil zeggen: juist door deze beperkingen zullen we uit de ballingschap kunnen komen. Door telkens de veranderingen en op- en neergangen te zien, door te worstelen, ontwaakt een plaats van gebed. Dan worden de woorden “En de kinderen van Israël zuchtten onder het werk, en hun geroep steeg op” werkelijkheid. Als de ballingschap volledig wordt onthuld, begint de verlossing.

Dit toont ons de orde van ballingschap en verlossing die destijds in Egypte plaatsvond, en dit is de orde die wij tot aan het einde van de correctie moeten uitbreiden.