Les 8. Vrijheid van wil - deel 2
Les 8. Vrijheid van wil - deel 2
Geselecteerde Fragmenten uit Baal HaSulam’s Artikel “De Vrijheid"
Invloed van de omgeving
De tweede reden is een onveranderlijk, direct verloop van oorzaak en gevolg, gerelateerd aan de eigen eigenschap van de bron. Dit betekent, zoals we hebben verduidelijkt met het tarwe dat rot in de grond, beïnvloedt de omgeving waarin de bron rust, zoals bodem, mineralen en regen, lucht en de zon, de inzaaiing door een lange keten van oorzaak en gevolg in een lang en geleidelijk proces, toestand na toestand, totdat het rijp is.
En die bron neemt zijn vroegere vorm weer aan, de vorm van tarwe, maar verschillend in kwaliteit en kwantiteit. In hun algemene aspect blijven ze volledig onveranderd; daarom zal er geen graan of haver uit groeien. Maar in hun bijzondere aspect veranderen ze in kwantiteit, aangezien vanuit één stengel een dozijn of twee dozijn stengels voortkomen, en in kwaliteit, aangezien ze beter of slechter zijn dan de vroegere vorm van de tarwe.
Het is hier hetzelfde: de mens, als een “bron,” is geplaatst in een omgeving, wat betekent in de maatschappij. Hij wordt er noodzakelijkerwijs door beïnvloed, zoals de tarwe door zijn omgeving, want de bron is slechts een ruwe vorm. Dus, door het constante contact met de omgeving en de maatschappij, wordt hij geleidelijk door hen beïnvloed door een keten van opeenvolgende staten, een voor een, als oorzaak en gevolg.
Op dat moment veranderen de neigingen die in zijn bron zijn inbegrepen en nemen de vorm aan van concepten. Bijvoorbeeld, als iemand van zijn voorouders een neiging tot gierigheid erft, bouwt hij naarmate hij groeit voor zichzelf concepten en ideeën die stellig concluderen dat het goed is voor een persoon om gierig te zijn. Dus, hoewel zijn vader vrijgevig was, kan hij van hem de negatieve neiging erven—om gierig te zijn—want de afwezigheid is net zo goed een erfenis als de aanwezigheid.
Of, als iemand van zijn voorouders een neiging tot open geestigheid erft, bouwt hij voor zichzelf concepten en trekt daaruit conclusies dat het goed is voor een persoon om open van geest te zijn. Maar waar vindt men die zinnen en beredeneringen? Hij neemt dit alles onbewust over van de omgeving, want zij geven hem hun opvattingen en voorkeuren in de vorm van geleidelijke oorzaak en gevolg.
Daarom beschouwt de mens ze als zijn eigen bezit, dat hij door zijn vrije gedachten heeft verworven. Maar ook hier, zoals bij de tarwe, is er een onveranderlijk deel van de bron, namelijk dat uiteindelijk de neigingen die hij had geërfd blijven zoals ze waren in zijn voorouders. Dit wordt de “tweede factor” genoemd.
Gewoonte wordt een tweede natuur
De derde reden is een verloop van direct oorzaak en gevolg, die de bron beïnvloeden en veranderen. Omdat de erfelijke neigingen in de mens door de omgeving concepten zijn geworden, opereren ze in de richtingen die deze concepten definiëren. Bijvoorbeeld, een man van zuinige aard, waarin de neiging tot gierigheid door de omgeving in een concept is veranderd, ziet zuinigheid door een of andere redelijke definitie.
Laten we aannemen dat hij door dit gedrag zichzelf beschermt tegen de behoefte aan andere mensen. Zo heeft hij een maatstaf voor zuinigheid verworven, en als die angst afwezig is, kan hij ervan afzien. Het volgt dat hij substantieel is veranderd ten goede van de neiging die hij van zijn voorouders had geërfd. En soms slaagt men erin om geheel een slechte neiging uit te roeien. Dit gebeurt door gewoonte, die in staat is om een tweede natuur te worden.
Daarin is de kracht van de mens groter dan die van een plant, want tarwe kan alleen veranderen in zijn eigen deel, terwijl de mens door oorzaak en gevolg van de omgeving kan veranderen, zelfs in de algemene delen, wat betekent om een neiging volledig uit te roeien en deze te veranderen in het tegenovergestelde.
Externe factoren
De vierde reden is een verloop van oorzaak en gevolg dat de bron beïnvloedt door zaken die er volledig vreemd aan zijn en van buitenaf op haar inwerken. Dit betekent dat deze zaken helemaal niet gerelateerd zijn aan het groeiverloop van de bron om haar direct te beïnvloeden. Eerder opereren ze indirect. Bijvoorbeeld, financiën, lasten, of de winden, enz., hebben hun eigen complete, langzame, en geleidelijke orde van staten via “oorzaak en gevolg” die de concepten van de mens ten goede of ten kwade veranderen.
Zo heb ik de vier natuurlijke factoren opgesteld dat elke gedachte en idee die in ons opkomt slechts hun vruchten zijn. Zelfs als iemand de hele dag zou zitten om ergens over na te denken, zal hij niet in staat zijn toe te voegen of te veranderen wat die vier factoren hem geven. Elke toevoeging die hij kan toevoegen is in de kwantiteit: of een groot intellect of een klein. Maar in de kwaliteit kan hij geen snars toevoegen. Dit komt omdat zij degenen zijn die dwingend de aard en vorm van het idee en de conclusie bepalen tegen onze wil, zonder onze mening te vragen. Dus zijn wij in de handen van deze vier factoren, als klei in de handen van een pottenbakker.
Vrije keuze
Wanneer we echter deze vier factoren onderzoeken, ontdekken we dat hoewel onze kracht niet genoeg is om de eerste factor, de bron, te weerstaan, we nog steeds de mogelijkheid en vrije keuze hebben om onszelf te beschermen tegen de andere drie factoren waardoor de bron verandert in zijn individuele delen, en soms ook in zijn algemene deel, via gewoonte, die het met een tweede natuur voorziet, zoals hierboven uitgelegd.
De omgeving als een factor
Deze bescherming betekent dat we altijd kunnen toevoegen in de kwestie van het kiezen van onze omgeving, dat zijn de vrienden, boeken, leraren, enzovoort. Het is als een persoon die een paar stengels tarwe van zijn vader heeft geërfd. Van deze kleine hoeveelheid kan hij vele tientallen stengels groeien door zijn keuze van de omgeving voor zijn bron, die een vruchtbare bodem is die alle noodzakelijke mineralen en grondstoffen bevat die het tarwe overvloedig voeden.
Er is ook de kwestie van het werk om de omgevingsomstandigheden te verbeteren om te voldoen aan de behoeften van de plant en de groei, want de wijze zal goed doen om de beste omstandigheden te kiezen en zal slagen. En de dwaas zal nemen van wat er ook voor hem komt en zo de inzaaiing veranderen in een vloek in plaats van een zegen.
Dus alle lof en zijn winst hangen af van de keuze van de omgeving waarin hij het graan zaait. Maar eenmaal gezaaid in de geselecteerde locatie, wordt de absolute vorm van de tarwe bepaald volgens de mate waarin de omgeving in staat is dit te voorzien.
Zo is het geval met ons onderwerp, want het is waar dat het verlangen geen vrijheid heeft. Eerder wordt het bestuurd door de bovengenoemde vier factoren. En men is gedwongen te denken en te onderzoeken zoals zij suggereren, verstoken van enige kracht om te bekritiseren of te veranderen, zoals de tarwe die in zijn omgeving is gezaaid.
Er is echter wel vrijheid voor de wil om aanvankelijk een dergelijke omgeving te kiezen, dergelijke boeken, en dergelijke gidsen die goede concepten op hem overbrengen. Als men dit niet doet maar bereid is om in welke omgeving dan ook te treden die voor hem verschijnt en elk boek te lezen dat in zijn handen valt, zal hij ongetwijfeld terechtkomen in een slechte omgeving of zijn tijd verspillen aan waardeloze boeken, die overvloedig en gemakkelijker toegankelijk zijn. Als gevolg zal hij gedwongen worden vicieuze concepten aan te nemen die hem doen zondigen en veroordelen. Hij zal zeker gestraft worden, niet vanwege zijn slechte gedachten of daden, waarin hij geen keuze heeft, maar omdat hij niet heeft gekozen om in een goede omgeving te zijn, want hierin is er zeker een keuze.
Daarom is hij die ernaar streeft om voortdurend een betere omgeving te kiezen, waardig om te worden geprezen en beloond. Maar ook hier is het niet vanwege zijn goede gedachten of daden, die tot hem komen zonder zijn keuze, maar vanwege zijn inspanning om een goede omgeving te verwerven, die hem deze goede gedachten en acties brengt. Het is zoals Rabbi Yehoshua Ben Perachya zei, “Maak voor jezelf een rav en koop voor jezelf een vriend.”