Les 4: Perceptie van de werkelijkheid
Waar we ons afvragen of onze waarneming de enige realiteit is. De les onderzoekt waarom Kabbalah bekend staat als de 'verborgen wijsheid' en onthult extra lagen van de werkelijkheid. Leer de verschillen in perceptie tussen dieren, gewone mensen en Kabbalisten. Bekijk hoe wetenschappelijke vooruitgang ons begrip van de werkelijkheid heeft veranderd. Ontdek de verborgen wet van 'intentie' in Kabbalah en begrijp de 'wet van gelijkheid van vorm'.
- Is de werkelijkheid die we waarnemen door onze vijf zintuigen de enige werkelijkheid die bestaat? Waarom wordt de wijsheid van Kabbalah 'verborgen wijsheid' genoemd? Zijn er extra lagen van realiteit?
- Wat is het verschil tussen de perceptie van de werkelijkheid van dieren, de gewone mens en de Kabbalist?
- Terugblik op ontwikkeling: Hoe is de menselijke kijk op de perceptie van de werkelijkheid veranderd in het licht van de wetenschappelijke ontwikkeling?
- De verborgen wet in de wijsheid van Kabbalah - de “intentie”.
- Wat is de “wet van gelijkheid van vorm”?
Het verlangen om te ontvangen is de interne software die ons mechanisme van “perceptie van de werkelijkheid” bestuurt. We zien wat we willen zien. Om de spirituele werkelijkheid waar te nemen, moeten we de software veranderen waarmee we de werkelijkheid waarnemen, namelijk het verlangen om te ontvangen.
Volgens de wet van “gelijkenis van vorm” moeten we, om de spirituele werkelijkheid waar te nemen, binnen het verlangen om te ontvangen gevoeligheid voor spiritualiteit ontwikkelen, een intentie om te schenken, te geven.
🖼️ Zie diapresentatie
Quotes:
“Het is bekend bij natuuronderzoekers dat je zelfs de kleinste beweging niet kunt uitvoeren zonder drijfveer, zonder dat je er op de een of andere manier zelf beter van wordt.
Wanneer iemand bijvoorbeeld zijn hand van de stoel naar de tafel beweegt, is dat omdat hij denkt dat hij door zijn hand op de tafel te leggen dat plezieriger voor hem zal zijn. Als hij dat niet zou denken, zou hij zijn hand voor de rest van zijn leven op de stoel laten liggen zonder hem ook maar iets te bewegen.”
(Baal HaSulam, Artikel: De Vrede)
“Neem bijvoorbeeld ons gezichtsvermogen: We zien een wijde wereld voor ons, wonderlijk gevuld. Maar in feite zien we dat allemaal alleen in ons eigen innerlijk. Met andere woorden, er is een soort fotografische machine in ons achterhoofd, die alles afbeeldt wat aan ons verschijnt en niets buiten ons.
(Baal HaSulam, Voorwoord bij Het boek de Zohar, Brief 34)
Hij heeft voor ons daar, in onze hersenen, een soort gepolijste spiegel gemaakt die alles wat daar gezien wordt omkeert, zodat we het buiten onze hersenen zullen zien, voor onze gezichten.”
(Baal HaSulam, Voorwoord bij Het boek de Zohar, Brief 34)
“Alles is Goddelijkheid, boven tijd, plaats en verandering. Al die niveaus en correcties die we onderscheiden in Goddelijkheid zijn slechts verschillende verhullingen en bedekkingen naar de lageren [...] Eveneens zijn alle denkbeeldige beelden van tijd en plaats en handelingen slechts verschillende bedekkingen van Zijn Goddelijkheid die zo lijken voor de lageren. Zoals de mens in het geheel niet wordt beïnvloed of verandert door de bedekkingen waarin hij zich hult, en alleen zijn vrienden worden beïnvloed door zijn verdwijnen of verschijnen, zo verandert Zijn Goddelijkheid niet en wordt zij in het geheel niet beïnvloed door die niveaus en correcties en namen in tijd, plaats en veranderingen van handelingen die de lageren in Zijn bedekkingen onderscheiden.”
(Zohar voor Allen, Nasso, “De Heilige Idra Rabah,” Punt 299)
“Zoals een worm die in een radijs werd geboren. Hij leeft daar en denkt dat de wereld van de Schepper even bitter, donker en klein is als de radijs waarin hij geboren werd. Maar zodra hij de schil van de radijs doorbreekt en naar buiten kijkt, zegt hij verbijsterd: 'Ik dacht dat de hele wereld was als de radijs waarin ik geboren ben, en nu zie ik een grootse, mooie en wonderbaarlijke wereld voor me!' Zo zijn ook zij die ondergedompeld zijn in het omhulsel (Klipa) van de wil om te ontvangen waarmee ze geboren zijn [...]
Als [zij] zouden proberen de Klipa (schil/omhulsel) van de wil om te ontvangen waarin zij geboren zijn te doorbreken en het verlangen zouden opvatten om te geven, dan zouden hun ogen onmiddellijk opengaan om alle niveaus van wijsheid, intelligentie en helder verstand te zien en voor zichzelf te verwezenlijken die voor hen in de spirituele werelden zijn voorbereid.”
(Baal Haslam. “Inleiding tot het Boek Zohar)